Home
Menu
Zoek
Zoeken Annuleren

Zoeken

OUDERPORTAAL

MIJN SCHOOL

GROEPEN

PEUTERSPEELZAAL

1/2 A 1/2 B 3 4 5 6 7 8

Ondersteuning op maat

De meeste kinderen kunnen zonder problemen het normale schoolprogramma doorlopen. Er zijn echter altijd kinderen die niet genoeg hebben aan het gebruikelijke programma. Daarvoor kunnen verschillende oorzaken zijn. Zo kan een kind niet intelligent genoeg zijn, waardoor het de lesstof niet zo snel begrijpt. Of juist heel intelligent waardoor het zich verveelt en niet meer oplet. Er kunnen emotionele- of sociale problemen zijn of een kind kan lichamelijk niet helemaal in orde zijn, bijvoorbeeld doof of slechtziend. Een kind kan echter ook een stukje van de lesstof gemist hebben waardoor het vervolg van de stof ook niet meer begrepen wordt. Een kleine achterstand is gemakkelijker te verhelpen dan een grote. Het is dus belangrijk dat wij in de gaten houden of alles nog goed gaat. Daarom worden alle kinderen regelmatig geobserveerd en getoetst. Aan de volgende gebieden wordt aandacht geschonken: sociaal-emotionele ontwikkeling, lichamelijke ontwikkeling, werkhouding, vorderingen en prestaties. 

Toetsing en observatie

Alle kinderen worden een aantal keren per jaar getoetst. Met de toetsen bij de kleuters controleren wij of de kinderen allerlei begrippen kennen zoals: hoog en laag, lang en kort, rond en vierkant, meer en minder, voorste en achterste, eerste, tweede, enz. Er wordt ook gelet op het gedrag en de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen. Speelt een kind goed samen met anderen? Ruimt het kind na het werken goed op en kan het omgaan met teleurstellingen? Deze observatiegegevens worden genoteerd.

Vanaf groep 3 worden er toetsen afgenomen waarmee de verworven kennis gecontroleerd wordt. Bijvoorbeeld: toetsen voor technisch lezen, voor begrijpend lezen, voor de vorderingen bij het rekenen, observatielijsten voor gedrag en welbevinden. Gedeeltelijk gaat het hierbij om toetsen die bij de lesmethodes horen. Daarnaast gebruiken wij toetsen die niet aan een methode gebonden zijn. Deze toetsen zijn door onafhankelijke instituten ontwikkeld, bijvoorbeeld CITO-toetsen. De uitslagen van deze toetsen zeggen iets over de prestaties van onze kinderen ten opzichte van de prestaties van andere kinderen in Nederland.

Voor de anderstalige kinderen gebruiken wij de TAK-toetsen (Taaltoets Alle Kinderen). Met behulp van deze toetsen kunnen wij de vorderingen zien bij het verwerven van het Nederlands als tweede taal.

De toetsresultaten geven aan welke leerlingen extra zorg nodig hebben.

Groep 8 doet een eindtoets. De uitslag van deze toets is medebepalend voor de keuze van een school voor Voortgezet Onderwijs.

 

– Registratie

Met behulp van het CITO-leerlingvolgsysteem worden de resultaten van alle leerlingen gevolgd en vastgelegd. Groepsoverzichten worden vooral gebruikt door de leerkrachten om de inhoud van hun lessen te verbeteren. Als daartoe aanleiding is, worden de uitslagen van de toetsen met de ouders besproken om in een vroeg stadium problemen te analyseren en handelingsplannen op te stellen. Ook spelen toetsuitslagen een rol bij de beoordeling op de rapporten.

 

– Extra hulp

Als uit de toetsing of uit de observatie blijkt dat een kind extra hulp nodig heeft, bespreekt de groepsleerkracht dit met de interne begeleider en met de ouders. Daarna wordt een handelingsplan opgesteld. Het plan wordt uitgevoerd en de resultaten worden bekeken. Zijn de resultaten goed dan gaat de groepsleerkracht verder.

Het doel van het werken met handelingsplannen is erop gericht dat een kind na een periode van structurele aandacht weer deel kan nemen aan het normale lesprogramma. Is er geen verbetering dan kan in overleg met de ouders de hulp van externe deskundigen ingeroepen worden.